publicatie: 26 januari 2026
Hardlopen is een passie. Dat mag na 38 jaar consequent en frequent trainen wel duidelijk zijn. Jarenlang liep ik gemiddeld vijf keer per week, vaak zes keer, en zelfs een periode zeven keer. Dat laatste bleek geen goed idee. Die ene rustdag was toch cruciaal om optimaal te kunnen presteren.
Dat waren de jaren waarin competitief presteren veel prioriteit had. En hoewel dat enorm leuk was, kon ik er ook behoorlijk in doorslaan. Het wierp wel zijn vruchten af: in 1997 won ik het Open Westlands Kampioenschap. Een klassement waarin meerdere wedstrijden in de regio gelopen moesten worden — variërend van 10 kilometer (een aantal keer) tot 10 Engelse mijlen en de halve marathon.

Na het behalen van die titel bleef ik nog een aantal jaren competitief actief, maar geleidelijk nam dat af. Wat bleef — en misschien zelfs sterker werd — was het pure genieten van het trainen zelf. Het maken van kilometers. Het onderweg zijn.
Discipline speelde daarin lange tijd een grote rol, zeker bij intervaltrainingen. En eerlijk is eerlijk: die discipline is er nog steeds. Maar gaandeweg heeft zij plaatsgemaakt voor iets anders. Moeiteloosheid.
Vrijwel altijd is er zin om te lopen. Dat besef alleen al voelt als een groot geluk. Het voelt niet meer als discipline, omdat er geen moeten meer is. Er is vooral willen.
Ook krachttraining hoort daar tegenwoordig bij. Twee à drie keer per week naar de sportschool ter ondersteuning van het hardlopen. Geen straf — integendeel. Soms is afremmen zelfs nodig.
Dat roept vragen op.
Wanneer maakt discipline plaats voor moeiteloosheid?
En is dat proces te beïnvloeden? Kun je er naartoe werken?
Natuurlijk zijn er momenten van minder zin. Maar dan is er het weten dat de voldoening tijdens en na de training vrijwel altijd groot is. Dat gegeven krijgt voorrang. Vaak juicht het lichaam — niet altijd, maar wel vaak genoeg.
Het blijft een voortdurend herstellen van balans tussen het mentale en het fysieke. Te veel denken leidt zelden tot iets constructiefs. Hardlopen en krachttraining brengen bijna vanzelf in het hier en nu. In het moment. In afgestemd zijn op de eigen natuur.
Juist daar dient zich regelmatig een diep gevoel van eenvoud aan: het is zoals het is. Wat je er ook van vindt.


Die overtuiging vond zijn oorsprong in de acht jaar dat ik als running-therapeut in de psychiatrie werkte. In die periode heb ik talloze ‘wondertjes’ zien gebeuren. Mensen met een psychiatrische achtergrond die zichtbaar veranderden doordat hardlopen een plek kreeg in hun leven.
Na elke training liet ik hen hun gemoedstoestand scoren op een schaal van 0 tot 10. Gemiddeld steeg die score met ruim 2,5 punt. Dat is indrukwekkend. Welk medicijn kan daar tegenop?
En toch laten veel mensen het na verloop van tijd weer versloffen, ondanks alle positieve effecten. Lange tijd bleef dat een raadsel.
Recent, in januari 2026, liep ik opnieuw een halve marathon. Eén van de vele in de loop der jaren — inmiddels ben ik 60 jaar oud. Juist daarom ervaar ik diepe dankbaarheid dat mijn lichaam dit nog steeds toelaat, en dat bewegen me zo vitaal van lijf en leden houdt.
Het verloop van deze wedstrijd was een prachtige bevestiging van waar dit blog over gaat; Tijdens het lopen was er een diepe focus, volledig naar binnen gericht. Een heldere en rustige communicatie met de taal van het lichaam. Geen strijd, geen afdwingen — eerder een voortdurend luisteren en bijsturen.
Juist die afstemming maakte het tot een intense en tegelijkertijd een zo moeiteloze mogelijke ervaring, wat deze resulteerde in een eindtijd van 1:37:30 dat daar als vanzelf uit voortkwam.
Foto gemaakt door Carry Wilmink.
Het was in de laatste vijfhonderd meter van die wedstrijd.


Onlangs zei mijn vriendin iets dat alles samenvatte:
“Misschien omdat bij jou het denken eraf is gegaan en plaats heeft gemaakt voor weten.”
Die opmerking raakte. En vormde de aanleiding om dit te schrijven.
Misschien is moeiteloosheid geen eindpunt, maar een gevolg.
Het gevolg van aandacht, herhaling, vertrouwen en ruimte om te luisteren naar het lichaam.
Hardlopen hoeft geen strijd te zijn.
Het mag groeien.
En wie dat proces aangaat, ontdekt soms dat trainen niet langer iets is wat moet —
maar iets wat vanzelf ontstaat.
Bij hardlopen draait het niet alleen om schema’s, tempo’s of prestaties.
Het gaat om afstemming. Op je lichaam. Op je energie. Op waar je nu bent.
Discipline kan een begin zijn. Maar duurzaam trainen ontstaat pas wanneer bewegen moeiteloos wordt.
Wanneer hardlopen niet langer voelt als iets wat moet, maar als iets wat je ondersteunt — fysiek én mentaal.
Binnen onze loopschool begeleiden we lopers in dat proces.
Niet door te forceren, maar door te luisteren.
Niet door harder te pushen, maar door slimmer en bewuster te trainen.
Of je nu net begint, weer opnieuw wilt starten, of al jaren loopt:
er is altijd een volgende laag van verfijning mogelijk.
Bewegen mag licht worden.
Trainen mag vanzelf ontstaan.
En vitaliteit is geen toeval, maar een gevolg van aandacht.
